Gelezen in 2015

Ik heb al meer dan een week niet geschreven. Betekent dat dat dit blog toch niks wordt? Ik hoop het niet. Ik ben alleen niet zoveel met mijn blog bezig geweest, want zat verstopt achter een boek. Nou ja, ik zat gewoon achter mijn computer, want ik lees meestal eBooks. Omdat ik nog zo in de boeensfeer ben, deel ik vandaag een paar Nederlandstalige boeken die ik in 2015 gelezen heb.

1. UP door Myrthe van der Meer. Ik heb PAAZ nog steeds niet gelezen, al wil ik dat heel graag. UP was nl. erg goed. Humoristisch en herkenbaar voor een psychiatrishe patiënt. Ik ben dan wel niet manisch-depressief maar heb wel ook autisme en herkende een aantal situaties wel heel goed.

2. Wat denkt u, dokter? door Rutger Verhoeff. Ik hoorde voor het eerst over dit boek in de Viva en het leek me wel goed. Ik ben nl. dol op verhalen uit de praktijk van gezndheidsprofessionals, in dit geval een huisarts. Vorig jaar of het jaar daarvoor heb ik Is dat normaal, dokter van Steven van de Vijver gelezen en kon het zeer waarderen. Wat denkt u, dokter? is ook erg goed.

3. Brein in brand door Susannah Cahalan. Dit boek stond al minstens een jaar op mijn to-readlijstje maar ik wilde het eigenlijk in het Engels lezen. Vond het echter zonde om te kopen als ik de Nederlandse vertaling gratis bij de blindenbieb kon lenen. Had gehoopt dat ik nu el een Bookshare-account zou hebben maar helaas. Anyway, Brein in brand is de autobiografische beststeller van een vrouw die door een autoimmuunziekte van de hersenen psychotisch raakt. Het is best wel een spannend boek, ook al is de afloop – Cahalan herstelt volledig – bekend.

4. Mijn eerste lijk is gelukkig vers door Pascale Bruinen. Dit is het verhaal van een vrouwelijke officier van justitie. In dit boek beschrijft Bruinen haar werk, van nachtelijke bereikbaarheidsdiensten tot rechtzaken. Het is best wel humoristisch, vooral als we lezen over de kantonrecher die overtreders korting op hun straf geeft als er te veel mensen nog zitten te wachten. Het boek is verder best wel interessant, ook al eindigt het vrij abrupt. Ik wist niets van de werkzaamheden van de OvJ, dus leuk om te lezen.

Zoals je ziet, is dit allemaal (auto)biografische non-fictie. Dit is nl. mijn favoriete genre. Ik lees ook wel fictie maar dan vooral jeugdboeken en vooral in het Engels. Ik heb dan ook veel meer boeken in het Engels gelezen dit jaar dan in het Nederlands.

Ik zag dat sommige andere bloggers een leeschallenge aangaan in 2016. IK hoorde van één van hen over Hebban, een soort Nederlandse GoodReads. Ik heb dus ook maar een account aangemaakt en ben benieuwd wat erop te vinden is en of ik de boeken ook als eBook kan lezen. Nieuwe boeken zijn nl. niet direct ingelezen bij de blindenbieb en in Nederland is het eBook nog niet zo populair asl elders. Ik hoop dus volgend jaar wat meer Nederlandstalige boeekn te lezen. Wat ga jij in 2016 lezen?

Advertenties

Een concertkneus bij Normaal (Ajuu, de mazzel in het GelreDome)

Ik was nog nooit bij een groot concert geweest. Dit komt door het feit dat mijn familie en ik liefhebbers zijn van minder bekende singer-songwriters. Mijn zus is in 2004 naar Boris (van Idols dat jaar) aan de Rijnkade geweest en ik moest mee. Dat is het dichtste bij een groot concert wat ik ooit gekomen ben.

Mijn man houdt van hele andere muziek. Toen we vorige maand bij de singer-songwriter Lucy Ward in Steendam, een dorpje in oost-Groningen, waren met mijn ouders, loog mijn man dat hij het leuk vond. Hij is meer van de punk, rock en ander ruig spul. Ik begon dat door hem ook te waarderen.

Een paar maanden geleden, toen we de verhuizing naar de Achterhoek aan het plannen waren, stelde mijn man voor om naar Normaal te gaan. Ik wist dat die na 40 jaar zouden stoppen maar had gehoord dat ze hun laatste concert al gehad hadden. Bleek niet zo te zijn. Het laatste “Ajuu, de mazzel” concert bleek in het GelreDome te zijn op 19 december en er waren nog kaartjes. Gisteren zat ik dus tussen 33000 man in de zaal.

In het voorprogramma speelden De Kast en Rowwen Hèze. Ik heb ooit, toen ik veertien was, een cd van De Kast gekocht. Het was een liveopname van een concert in het GelreDome. Later hoorde ik dat ze afscheid namen. Het feit dat ze weer spelen, was mij helemaal ontgaan, ook al zijn ze al vanaf 2009 weer actief volgens Wikipedia. Zo weinig verstand heb ik van muziek dus, want De Kast was rond 2000 één van mijn favoriete bands. Nou moet je dat met een paar korrels zout nemen, want ik ben ooit “fan” geweest van de Backstreet Boys terwijl ik bij God niet wist wat ze speelden, puur omdat de kinderen waar ik vrienden mee wilde zijn daar fan van waren.

Ik vond het voorprogramma van De Kast wel goed, al kende ik de zogenaamde meezingers niet. Het geluid was minder dan bij Normaal zelf maar dat vind ik een voordeel. Kon ik wennen aan het volume.

Rowwen Hèze had ik nog nooit bewust gehoord, al kende ik “Kwestie van geduld” met “Groesbeeks” in de tekst, omdat een medepatiënt van de afdeling in Nijmegen waar ik zat dat altijd zong. De meeste nummers kwamen me ook nu niet bekend voor en over het algemeen vond ik er geen klap aan.

Toen trad Normaal dus op. Al voordat ze goed en wel begonnen waren, had ik het eerste bier over me heen. De rest van de avond viel dat gelukkig mee. Nou hadden mijn man en ik zitplaatsen. Mijn man zei later dat hij, als hij zonder mij was geweest, wel op het veld had willen staan maar met mij is dat gewoon niet handig. Ik kende Normaal, afgezien van “Oerend hard” en een paar losse stukjes tekst, nog niet zo lang. Herkende dus ook niet alle nummers. Die die ik kende, vond ik wel heel goed gespeeld. Er waren ook drie liedjes over de jacht bij. Vond ik wel eens een welkome variatie op de linkse teksten van de singer-songwriters waar ik anders heen ga. Bij die nummer sspeelden ook blazers mee. Echt cool.

In het begin vond ik het raar om mee te klappen. Stel dat ik het niet op de maat deed. Dikke kans, want ik heb echt nul ritmegevoel. Toen zei mijn man dat het het Gelders orkest niet is, dus ben ik ook maar mee gaan klappen. Lang niet zo uitbundig als anderen overigens.

Om kwart over tien deed Bennie Jolink alsof het het laatste liedje was. Vervolgens werden allerlei mensen bedankt, waaronder uiteraard de mensen die ooit in de formatie gespeeld hebben. De drummer gaf nog een hele coole solo met een enorme lichtshow erbij. Daar zag ik natuurlijk weinig van maar kreeg wel mee dat er een hoop felle lichten waren. Daarna speelde de band toch nog een paar liedjes. Op een gegeven moment was het onduidelijk of het nou echt afgelopen was of dat Jolink deed alsof. Dat vond ik wel moeilijk. Ik had het dus niet door toen het echt aafgelopen was, dus trok pas mijn jas aan toen mijn man dat zei.

Na afloop hebben mijn man en ik nog een frietje gegeten. Het werd echter al snel druk met mensen die iets te veel bier, uh Heineken op hadden. Dat schenkt men bij het GelreDome en daar kon Normaal geen verandering in brengen. Ikzelf drink praktisch nooit alcohol en had volgens mijn man het enige glas jus d’orange dat die avond verkocht was gedronken. Toen dus wat mensen iets te lomp deden, zijn we vertrokken. Het was echt een coole avond!

Hoe is het om op een langdurende-zorgafdeling in de psychiatrie te verblijven?

Vandaag publiceerde Kim een gastartikel van mij over mijn langdurige opname in de psychiatrie. Aansluitend hierop wil ik vandaag delen hoe het is om op een langdurende-zorgafdeling te verblijven.

Voor Nederlands op de middelbare school las ik het boek De ijsdrages van Anna Enquist. In dit boek is één van de hoofdpersonen psychiater en uiteindelijk medisch directeur van een psychiatrisch ziekenhuis. Hij is erg gefrusteerd over het feit dat het verblijf op acute afdelingen steeds korter wordt en je daarna wordt doorgeschoven naar een verblijfspaviljoen. IN het verblijfspaviljoen is geen ruimte meer voor eigen inbreng: je moet mee in de structuur van de afdeling en doe je dat niet, dan beland je in de separeer. Veel patiënten zijn passief geworden. In het boek komt een man voor die in een rolstoel zit en niets anders doet dan voor zich uit staren. Hij kan niet eens beslissen of hij bij het raam of aan tafel wil zitten. Uiteindelijk loopt het slecht met hem af.

De hoofdpersoon uit het boek stort zich volledig op deze chronische patiënten. Hij wil een rehabilitatiecentrum oprichten en de patiënten de kans geven beschermd en uiteindelijk zelfstandig te gaan wonen. Het boek is uit 2002. Inmiddels heeft de rehabilitatiegedachte inderdaad gwonnen en worden patiënten gestimuleerd om zelfstandig te blijven of te worden. Echte verblijfsafdelingen heb je bij volwassenenzorg niet meer en zelfs bij de ouderenzorg is het de bedoeling dat patiënten uiteindelijk naar een verpleeg- of verzorgingshuis gaan.

Dat wil niet zeggen dat de patiënten minder hulpbehoevend zijn geworden, integendeel. De patiëntenpopulatie op langdurende-zorgafdelingen wordt steeds complexer, omdat je met de nieuwe zorgwetten niet meer opgenomen mag zijn als je niet zo’n beetje 24/7 begeleiding nodig hebt.

Hoe gaat het dan toe op een langdurende-zorgafdeling? Mensen worden zoals ik al zei gestimulerd zoveel mogelijk zelf te doen. Zo moeten we onze eigen kamer schoonmaken, hebben we corveetaken en wordt iedereen verwacht op tijd uit bed en naar dagbesteding te zijn.

Een gemiddelde dag begint om halfnegen met het uitdelen van de medicatie. Mensen worden gestimuleerd om dan op te staan. Sommige verpleegkudnigen laten patiënten ook zelf hun medicatie bj kantoor of in de huiskamer ophalen, terwijl anderen ons de pillen komen brengen (niet bepaald een motivatie om op te staan). We ontbijten niet gezamenlijk. Ik ben hier wel blij mee, want gezellig is het bij de maaltijden vaak niet (en daar heb ik ook geen behoefte aan). Om negen uur begint de dagbesteding. We hebben een inloopdagbesteding vlakbij de afdeling. Hier ga ik naartoe. Andere mensen gaan naar de arbeidsmatige dagbesteding elders op het terrein.

Om twaalf uur is de middagbroodmaaltijd. Dit is wel gezamenlijk, al hoeven we van de meeste verpleegkundigen gelukkig niet op elkar te wachten. Ik snap dat het beleefd is om op elkaar te wachten maar met elf patiënten die lang niet altijd op tijd komen en soms erg druk zijn, is dat lastig.

’s Midags is er weer dagbesteding. Dit begint meestal tussen één uur en halftwee. Ik ga hier soms wel en soms niet heen. Om kwart voor twee komt bij ons de eerste late dienst, dus dan vraag ik soms of we kunnen wandelen.

Om halfvijf is het bj ons koffietijd. Vind ik persoonlijk een rare tijd maarja. Ik moet altijd de koffie zetten. Daarna wachten de meeste mensen op het avondeten. ’s Avonds wordt er warm gegeten. We konden eerst altijd kiezen tussen drie of vier maaltijden maar tegenwoordig krijgen we bulkmaaltijden: het eten voor de hele groep is hetzelfde. Dit is een bezuinigingsmaatregel.

’s Avonds tussen zes en zeven hebben de verpleegkundigen pauze en zitten de meeste patiënten op hun kamer of in de rookruimte. Om halfacht is er weer koffie. Er wordt soms nieuws gekeken, vooral as bepaalde verpleegkundigen in dienst zijn die vinden dat we op de hoogte moeten blijven van wat er in de wereld speelt. Anders is het GTST of zoiets. Om negen uur krijgen we vervolgens de avondmedicatie. Deze wordt in de hal van de afdeling uitgedeeld en vaak hebben we dan frisdrank en soms chips erbij. Vervolgens gaan de meeste mensen naar hun kamer en naar bed.

Veel patiënten op mijn afdeling zijn schizofreen. Een aantal is ook echt psychotisch en dan vraag ik me af hoe die op een open afdeling zoals de onze, laat staan in de maatschappij gaan functioneren. In die zin is er weinig veranderd, behalve dat er een enorme druk is om met minder hulp toe te kunnen. Ik vind dit zelf best moeilijk.

Zes gezondheidsvoordelen van vitamine D

Afgelopen maart was ik extreem moe. Ik kreeg na onderzoeken bij de huisarts te horen dat ik onder andere een tekort had aan vitamine D. Ik kreeg vervolgens druppels die ik eens per week moest innemen. Ze smaakten echt ontzettend ranzig en ik heb heus ervaring met ranzige medicatie, dus ik ben geen aansteller wat dat betreft. Gelukkig mocht ik na zes weken over op dagelijkse tabletten.

Waar is vitamine D allemaal voor nodig? Veel. De meest bekende functie van vitamine D is het gezond houden van onze botten en tanden. KInderen met een vitamine-D-tekort, en dat waren er vroeger veel, kregen O-benen of X-benen (Rachites) door verkeerde groei van de botten. Ook bij volwassenen kan een tekort aan vitamine D leiden tot botafwijkingen, zoals zachte botten of osteoporose (botontkalking). Maar vitamine D helpt tegen nog veel meer klachten en kwalen. Hieronder noem ik er een aantal.

1. Griep. Amerikaans onderzoek liet zien dat vitamine D helpt bij het voorkomen van de griep. Een Amerikaanse psychiater gaf zijn klinisch opgenomen patiënten vitamne D, omdat dit helpt tegen depressie (zie hieronder). HIj merkte dat ze bijna nooit ziek werden. Het personeel bleef om de haverklap thuis met griep maar de patiënten kregen niks. Ook kinderen die vitamine D kregen tijdens de winter, kregen 40% minder griep.

2. Depressie. Dit is een minder bekend gegeven. Ik heb ooit een studie in het Tijdschrift voor Psychiatrie gelezen waaruit bleek dat vitmine-D-tekort depressieve klachten kon veroorzaken, zelfs tot aan ernstige depressie die een opname nodig maakte aan toe. Het ging in dit onderzoek om beperkte patiënengroepen en gevalsstudies, dus het is niet super betrouwbaar. Ook bovengenoemde Amerikaanse psychiater baseerde zijn besluit om zijn opgenomen patiënten vitamine D te geven op ervaring. Uit ander onderzoek blijkt echter dat ouderen met een depressie veel vaker vitamine-D-tekort hebben dan ouderen zonder. Een kwart van de zefstandig wonende ouderen heeft overigens een tekort aan vitamine D. Bij verpleeghuispatiënten stijgt dit zelfs tot 60-80%.

3. Vermoeidheid. Ikzelf had vooral last van vermoeidheid. Dit kan een symptoom zijn van een tekort aan vitamine D. Zeker als het tekort chronisch is, wordt vaak de verkeerde diagnose (chronisch-vermoeidheidssyndroom) gesteld.

4. Diabetes. Vooral het risico op diabetes type 1 kan door vitamine D verminderd worden. Vitamine D zorgt ervoor dat er meer insuline wordt geproduceerd en dat het lichaam beter tegen glucose (suiker) kan. Ook het risico op diabetes type 2 lijkt kleiner bij mensen die voldoende vitamine D binnenkrijgen.

5. Zwangerschap. Een tekort aan vitamine D leidt bij zwangere vrouwen tot een verhoogd risico op pre-eclampsie (ernstige zwangerschapsvergiftiging). OOk is het gelinkt aan zwangerschapsdiabetes.

6. Kanker. Vitamine D vermindert het risico op verschillende vormen van kanker. Als iemand toch kanker krijgt, vermindert vitamine D de groei van tumoren. De actieve vorm van vitamine D, calcitriol, zorgt ervoor dat er minder snel bloedvaten worden gevormd in door kanker aangedaan weefsel. Ook zorgt het voor het afsterven van kankercellen en verlaagt het het risico op uitzaaiingen.

Hoe krijg je vitamine D binnen? Het is bekend dat vitamine D kan worden aangemaakt door het lichaam op basis van zonlicht. De zon schijnt in Nederland echter maar vijf maanden per jaar voldoende om genoeg vitamine D te vormen als je regelmatig (twintig minuten per dag) buitenkomt. Zonbescherming voorkomt dat je vtamine D aanmaakt. Tegelijk is het natuurlijk wel belangrijk om regelmatig jezelf in te smeren als je lang in de zon vertoeft, omdat zonlicht tegelijk ook schadelijk kan zijn. Vitamine D haal je verder uit voeding. Vitamine D zit veel in zuivelproducten en bepaalde vissoorten, m.n. forel, zalm en makreel. Daarnaast kun je natuurlijk vitamine D in supplementen nemen.

Kun je ook te veel vitamine D binnenkrijgen? Ja, dat kan. Het is onmogelijk door zonlicht te veel viitamine D binnen te krijgen maar door supplementen kan dit wel. Laat dus, als je vitamine D bijneemt, regelmatig je bloedwaarde checken.

IQ en intelligentie

Alfred Binet, de bedenker van het IQ

In 1999 kreeg ik mijn zoveelste IQ-test. Het verschil tussen deze test en de andere was dat de orthopedagoog die deze test afnam, de uitkomst precies vermeldde: ik had een verbaal IQ van 154. Dit getal staat sindsdien in al mijn diagnostische rapporten. Afgelopen zomer raadde een consultatieteam van het Leo Kannerhuis, een instelling voor autisme, een nieuw intelligentieonderzoek aan. Dit is er om verschillende redenen niet van gekomen. De reden dat het team deze hertest aanraadde, was dat ik vaak word overschat en men hoopte uit te vinden waarom ik zoveel slechter functioneer dan mijn verbale IQ van destijds zou doen vermoeden. Misschien is het wel omdat IQ, en zeker verbaal IQ, niet zoveel zegt over functioneren in het echte leven. Vandaag bespreek ik om die reden wat IQ en intelligentie zijn en wat ze met elkaar te maken hebben.

Allereerst, wat is IQ? IQ staat voor intelligentiequotiënt. IN de negentiende eeuw werd het IQ bedacht door de Franse psycholooog Alfred Binet. Hij ontwikkelde taken die een kind ope en bepaalde leeftijd zou moeten kunnen volbrengen. Als iemand gemiddeld scoorde voor zijn leeftijd, dus de taken die daarbij hoorden kon volbrengen maar niet hoger scoorde, kreeg hij een IQ-score van 100. Een lager of hoger IQ werd gebaseerd op de ontwikkelingsleeftijd van het kind. Als een kind bv. zes jaar was maar het kon de taken van een driejarige slechts volbrengen, kreeg hij een IQ-score van 50.

Nog altijd wordt het idee van ontwikkelingsleeftijd gebruikt als het gaat om mensen met een verstandelijke bepejrking. Het IQ correspondeert echter tegenwordig niet meer rechtstreeks met de ontwikkelingsleeftijd. Een gemiddeld IQ is nog steeds 100 maar nu wordt het gezien als een normaalverdeling met een gemiddelde (100) een een standardafwijking (15 bij de meest gebruikte tests in Nederland). Ongeveer 95% van de bevoling zou maximaal twee standaardafwijkingen afwijken van het gemiddelde. Dat betekent dat 2,5% hoger scoort en 2,5% lager. Nou heb ik ooit gelezen dat er veel meer mensen met een bijzonder hoog IQ rondlopen dan op basis van de normaalverdeling zou moeten: in de VS zouden maar enkele tientallen kinderen met een IQ van boven de 180 moeten zijn maar de psych die het artikel schreef had in zijn eigen instituut alleen al meer kinderen met zo’n hoge score gezien.

Het IQ bestaat uit twee componenten, een verbaal en een performaal deel. Bij mij is het performaal of non-verbaal deel niet te meten omdat ik blind ben. Dit is jammer, want men vermoedt dat dit bij mij lager ligt dan mijn verbale IQ. Het verbale deel van een IQ-test bestaat uit onderdelen als rekenen, overeenkomsten (wat is de overeenkomst tussen een hamer en een zaag?), begrijpen (je vindt een brief op straat met een postzegel en adres erop, wat doe je?) en woordenschat. Het performale deel bestaat uit blokpatronen namaken, zeggen wat een halfgetekend figuur moet voorstellen, etc.

Verbaal IQ lijkt ergens meer te corresponderen met schoolse taken, terwijl men er vaak vanuit gaat dat performaal IQ meer zegt over praktisch functioneren. Men spreekt in dit verband ook wel van vloeiende (performale) en gecrystalliseerde (verbale) intelligentie. Vloeind wil zeggen de praktische kennis die iemand heeft, en gecrystalliseerd hoe dit er verbaal uitkomt.

IQ is voor de duidelijkheid niet hetzelfde als intelligentie. IQ is een testscore, terwijl intelligentie betekent dat je je goed aan situaties kunt aanpassen en eerder verworven kennis en ervaring hierbij kunt gebruiken. IQ is een indicatie voor intelligentie maar het zegt niet alles. Zo ben ik zelf goed in onderdelen van de IQ-test als rekenen en overeenkomsten maar vrij slecht in het onderdeel begrijpen. Het kostte mij een paar minuten en veel hints om tot de conclusie te komen dat ik die brief in de brievenbus moest doen. In de praktijk merk ik dat.

Sinterklaasherinneringen

Het is weer 5 december, Sinterklaas. Veel bloggers hebben de afgelopen dagen over Sinterklaas en de bijbehordende tradities geschreven. Nu ik net een prijs heb gewonnen bij de jaarlijkse Sinterklaasbingo op mijn afdeling, hoef ik niet meer zo nodig verder mee te doen en schrijf dus over mijn Sinterklaassherinneringen.

Bij mij thuis werd Sinterklaas altijd uitgebreid gevierd. Tot ik een jaar of acht was, geloofde ik natuurlijk nog.
Die laatste keer hadden we net een trapkast gekregen in ons huis in Rotterdam. Die Sinterklaasavond hoorden we tijdens het eten een stem: “ik zit vast! Sinterklaass, help, ik zit vast!” Dat was Zwarte Piet. Toen we gingen kijken, lagen er cadeautjes in de trapkast onder de trap. Het jaar erop, toen ik niet meer geloofde, heeeft mijn vader me het cassettebandje laten horen wat hij voor deze show gebruikt had. Dit is absoluut mijn mooiste Sinterklaasherinnering.

Ik denk dat het datzelfde jaar was dat we bij mijn moeder op het werk Sintekrlaas vierden. Dit deden we ieder jaar maar dit was wel bijzonder. Ik ben toen drie keer bij Sinterklaas geroepen tijndens het feest: één keer omdat ik de enige was van de kindjes die niet groot wilde worden, één keer omdat ik een braillebrief aan de Sint geschreven had en één keer gewoon om pepernoten van Zwarte Piet te ontvangen.

Toen ik eenmaal niet meer geloofde, weigerde ik het spelletje mee te spelen. Dat vonden mijn ouders en zus niet leuk. Vooral toen ik in groep zes zat en naar een naschoolse club ging. Er waren kinderen uit groep twee en drie bij en ik zat de hele tijd te klieren en wilde geen “dank u, Sintekrlaasje” zeggen. Mijn vader heeft me toen meegenomen, omdat hij het zielig vond voor de kleinere kinderen.

Thuis was dit eigenlijk hetzelfde. Zeker toen er gedichen aan te pas kwamen, vond ik het op een gegeven moment niet meer leuk. Mijn zus, uhm nee de hulpsint die niet kon rijmen, had altijd verzonnen woorden in de gedichten om ze rijmend te krijgen. Mijn moeder, uhm de moralistishce hulpsint, had vaak vrij negatieve gedichten. Nou was ik wel een moeilijk kind maar om dat nou er met Sinterklaas in te wrijven, tja dat maakte het niet gezelliger.

Op school had ik een keer de juf getrokken. Dit was in groep vijf, de eerste keer dat we met lootjes werkten. Tenminste, ik denk dat het groep vijf was, want ik weet nog welke juf het was en die had ik in groep vier en vijf. In groep vier trek je nog geen lootjes neem ik aan. Ik heb toen echt een idioot gedicht geschreven over een paard dat vloog naar de zon met in zijn bek (of mond) een kassabon. Ik kon zelf ook buitengewoon slecht rijmen zoals je ziet en herinner me nog dat ik in groep zes een vaag gedicht had over een kast die ik vasthield en ga zo maar door. Anyway, in groep vijf was mijn surprise een stokpaard. Vandaar dus een gedicht over een paard. Echt de leukste surprise die ik ooit gegeven heb. Het bijbehorende gedicht was een limerick en dat was dan ook het enige wat het niet volslagen idioot maakte. Ik kan het me niet meer precies herinneren en kan nu wel een soortgelijke limerick verzinnen maar dat doe ik niet.

In groep zeven en acht, toen ik erg gepest werd, had de juf mij beide keren getrokken. Volgens mij was dat geen toeval en had degene die mij had gewoon geruild. Vreselijk moralistische gedichten dus weer.

Thuis vierden we Sinterklaas, ondanks mijn vervelende gedrag, ieder jaar tot en met 2006. Ik was toen al het huis uit maar woonde nog in dezelfde stad als mijn ouders en zus. Van dat jaar kan ik me weinig herinneren. Het jaar erop was ik net een maand opgenomen. Mijn moeder wilde wel Sinterklaas vieren maar mijn vader wou mij er niet bij hebben. Toen heeft mijn zus er een stokje voor gestooken, want dat vond ze lullig. Sindsdien geen Sinterklaas meer bij ons. Op de afdeling deden we ook altijd weinig met Sinterklaas. Het eerste jaar, 2007, kreeg ik nog een paraplu en we hebben ooit op de resocialisatieafdeling het Sinterklaasdobbelspel gedaan. Op mijn huidige afdeling is bingo de traditie. Verder krijgen we via een stichting die altijd met feestdagen cadeautjes regelt, een cadeau van Sinterklaas. Dit jaar een grappige, houten doos met douchespul, snoep en drinken erin. Ik vind hem dit jaar echt leuk!

Fabels over de eetbuienstoornis

Sinds 2013 is de binge eating disorder (BED) of eetbuienstoornis eindelijk officieel erkend als een specifieke eetstoornis in het psychiatershandboek, DSM-5. DSM-5 wordt in Nederland nog niet gebruikt in de gezondheidszorg maar de eetbuienstoornis wordt over het algemeen wel erkend. Ik heb niet deze diagnose maar herken me er wel in. “Wie niet?” zou je zeggen maar dat is niet waar. Hieronder deel ik een aantal fabels en feiten over de eetbuienstoornis.

1. De eetbuienstoornis bestaat niet, want iedereen eet wel eens een hele zak chips of bak ijs leeg in één keer. Dat bijna iedereen wel eens veel te veel eet, is een feit. Het is echter een fabel dat een eetbuienstoornis simpelweg betekent dat je af en toe te veel eet. Een eetbui moet minstens één keer per week voorkomen gedurende een periode van drie maanden of langer om van een eetbuienstoornis te spreken. Iemand die met Sinterklaas een zak pepernoten naar binenn werkt, heeft niet per definitie een eetbuienstoornis.

Gewoon snaaien is geen eetbui. Dit onderscheid vind ik zelf nog wel eens moeilijk te maken. In de DSM-5 staat genoemd dat iemand met BED gedurende een bepaald tijdsgestek, bv. twee uur, veel meer eet dan normaal is of wordt verwacht. Als je dus je bij het kerstdiner helemaal volpropt, kan dit twee uur duren en je te veel hebben gegeten maar omdat dit verwacht wordt, is dit geen eetbui. Ikzelf eet wel eens (nou ja, vaker dan eens per week) in tien minuten tijd een zak snoep leeg. Dat je over de dag heen een zak snoep leegeet, is snaaien. Omdat ik het in tien minuten opeet, denk ik wel dat ik van een eetbui mag spreken.

2. Mensen die eetbuien hebben, zijn per definitie te zwaar. Hoewel ongeveer tweederde van de mensen met een eetbuienstoornis zwaarlijvig is, komt BED ook voor bij mensen met een gezond gewicht. Sommige mensen kunnen immers meer eten zonder (veel) aan te komen dan anderen. Ikzelf heb pas sinds een jaar of vier overgewicht maar heb al sinds mijn puberteit eetbuien.

3. BED is hetzelfde als boulimia. Oppervlakkig gezien lijken de stoornissen erg op elkaar. Mensen met boulimia en mensen met een eetbuienstoornis overeten immers allebei en voelen zich hier schuldig of beschaamd over. Het verschil is echter dat boulimiapatiënten proberen van de overtollige calorieën af te komen door te purgeren (braken, laxeren of gebruik van plaspillen) of door overmatig te sporten. Mensen met BED doen dit niet en velen bewegen te weinig.

4. De eetbuienstoornis is zeldzaam. Mis! De eetbuienstoornis is de meest voorkomende specifieke eetstoornis. Het komt bij ongeveer 3% van de bevolking voor. Anorexia en boulimia komen bij respectievelijk 0,5% en 1,5% voor.

5. De eetbuienstoornis is een vrouwenziekte. Hoewel anorexia en boulimia veel meer bij vrouwen dan bij mannen voorkomen (maar niet exclusief bij vrouwen!), komt de eetbuienstoornis bijna net zoveel bij mannen voor als bij vrouwen.

6. Eetbuien zijn typisch iets voor tieners. Anorexia en boulimia komen inderdaad vaker voor bij tieners en jongvolwassenen. Voor BED geldt dit niet. Hoewel de stoornis uiteraard wel bij tieners voor kan komen, is de gemiddelde leeftijd waarop de eetbuienstoornis begint 25. Zeker bij mannen komt de stoornis vaker op middelbare leeftijd voor.

7. Binge eating disorder, in tegenstelling tot anorexia en boulimia, is niet gevaarlijk. Anorexia en boulimia kunnen misschien op korte termijn gevaarlijker zijn, omdat purgeren en ernstig ondergewicht tot levensbedreigende gezondheidsproblemen kunnen leiden. Daartegenover staat dat eetbuien op langere termijn wel gevaarlijk kunnen zijn. Grote eetbuien bij BED kunnen net als bij boulimia bijvoorbeeld leiden tot een opgerekte maag. Daarnaast speelt natuurlijk het risico wat gepaard gaat met overgewicht of obesitas.

Het idee dat de eetbuienstoornis niet gevaarlijk is, leidt ertoe dat mensen, ook patiënten, dit probleem niet serieus nemen. Ikzelf heb een tijd aan ongezond compenseergedrag (purgeren) gedaan en nam toen mijn eetprobleem serieuzer dan nu dat ik alleen nog eetbuien heb, terwijl ik nu ernstig overgewicht heb en toen een gezond gewicht had.

8. Eetbuien bij BED zijn gewoon een uiting van stress. Dat “gewoon” mag eraf. Eetbuien zijn inderdaad een uiting van stress maar iemand die minstens eens per week een eetbui heeft, heeft meer stress dan de gemiddelde mens en/of gaat hier niet gezond mee om. Een eetbuienstoornis is, zoals inmiddels wel duidelijk mag zijn, een psychiatrische stoornis en niet zomaar een reactie op tijdelijke stress.

Douchegels die ik gebruik

Een aantal maanden geleden las ik op een ander blog een post over de blogger haar favoriete douchegels. Ik wilde ook graag de mijne delen maar kwam daar telkens niet aan toe. Nou heb ik geen enorme douchegelverzameling en vallen niet alle douchegels die ik gebruik in de categorie “favoriet”. Ik deel dus hier zowel douchegels waar ik blij van word als douchegels die ik wat minder vind maar toch gebruik.

1. Weleda Duindoorn Vitaliseringsdouche. Deze heeft mijn zus voor mijn verjaardag bij De Tuinen gekocht. Zij heeft hem bij een fysieke winkel gekocht maar hij is ook online beschikbaar voor €8,09 voor 200ml. Deze douchegel heeft een frisse geur. Ik ruik vooral de citrusgeuren die eraan zijn toegevoegd. Duindoorn kende ik niet maar mijn man zegt dat het niet zo ruikt. Deze douchegel is vooral geschikt om ’s ochtends mee te douchen, want door zijn verfrissende geur ben je wel gelijk wakker. Ik douche alleen niet zo vaak ’s ochtends.

2. Sante Douche Family XL Kokos-Vanille. Gekocht bij Drogisterij.net, €8,05 voor 500ml. Kokos en vanille zijn mijn favoriete geuren. Ik moet helaas zeggen dat ik deze douchegel noch naar kokos, noch naar vanille vind ruiken. Ik moet echt mijn best doen om deze geuren eruit te halen maar dan ruik ik wel een klein beetje kokos. De vanille moet ik er echt bij verzinnen. Ik vind de geur vrij fris en dat had ik niet verwacht van de combi kokos/vanille. Valt me tegen. Een ander nadeel is dat deze douchegel in een pompdispenser zit, wat het erg lastig aanbrengen maakt als je zo onhandig bent als ik.

3. Fa Douchegel Vanille-Honing. Ook gekocht bij Drogisterij.net, €1,99 voor 250ml. Dit is de goedkoopste douchegel in het rijtje. Deze douchegel is echt geweldig! Hij voelt lekker romig aan bij het aanbrengen en schuimt ook nog eens. De geuren, vooral die van vanille, zijn duidelijk aanwezig maar niet overdreven sterk. Echt een aanrader!

4. Coconut Shower Cream van The Body Shop, €7,- voor 200ml. Deze douchegel is natuurlijk vrij duur maar hij is dat meer dan waard. De shower cream schuimt fijn. Hij heeft een vrij frisse kokosgeur die lang blijft hangen. De shower cream is dikker van substantie dan de andere producten die ik hier noem. Ik ben er nog niet uit of ik dat een voordeel of een nadeel vind.

Welke douchegel vind jij lekker? Heb je nog ideeën voor een vervolg op deze post? Het lijkt me nl. heel leuk om veel verschillende douchegels uit te proberen.

Me time (tag)

Ik heb wel eens gehoord dat je niet te veel tags moet posten. Ik heb er dan ook nog geen gepost op mijn blog sinds ik het nieuw leven heb ingeblazen. Vandaag ga ik heir verandering in aanbrengen en een tag plaatsen. ik was eigenlijk van plan een heel serieuze post te plaatsen maar het lukte me steeds niet die te schrijven. Vandaag doe ik de me-timetag. Ik vond hem op de blog van Femke.

1. Wat kijk of lees je tijdens me time? Vooral blogs. Ik vind het heerlijk om allerlei blogs te lezen. Soms, zoals nu, focus ik me op Nederlandstalige blogs en soms op Engelstalige. Hangt ervanaf waar ik op dat moment het meest mee bezig ben qua bloggen. Daarnaast lees ik graag autobiografieën en waargebeurde verhalen. Ik kijk ook graag medische series zoals House en programma’s als Wegmisbruikers. Ik heb echter geen plek meer op mijn kamer voor een tv.

2. Wat draag je tijdens me time? Niet echt speciale kleding. Ik bedoel, als ik ’s avonds tijd voor mezelf neem, draag ik vaak al mijn nachtpon maar overdag niet. Dan draag ik gewoon een spijkerbroek en lekkere trui of vest maar die draag ik altijd (in de herfst/winter dan). Soms draag ik een joggingbroek.

3. Wat zijn je favoriete producten om te gebruiken tijdens me time? Van alles. Ik vind make-up opdoen al me time omdat ik dat normaal niet draag. Daarnaast vind ik een gezichtsmasker lekker maar ook een fijne crème of douchegel. Wat ik ook zeker doe tijdens me time, is mijn AromaStream® aanzetten met een lekker geurtje erin.

4. Wat is momenteel je favoriete nagellak? Ik draag bijna nooit nagellak. Laat iemand van de activiteitenbegeleiding het wel eens bij me op doen. Dan neem ik altijd nagellak die ze daar hebben staan of ik leen wat van één van de andere vrouwen. Ik vind groen wel een mooi kleurtje maar zou niet weten welk merk of zo.

5. Wat eet en drink je tijdens me time? Drinken meestal kruidenthee of koffie. Eten wat ik toevallig op dat moment in huis heb. Vaak is dat iets van snoep. Op het moment ben ik echt dol op apenkoppen van Katja.

6. Ga je wel eens de deur uit tijdens me time? Nee. Ik bedoel, wel om naar mijn man te gaan maar dat is meer us time. Als ik wil relaxen, doe ik dat echt achter mijn laptop of op bed.

7. Ga je wel eens alleen naar de film? Nee. Ik heb een hekel aan de meeste films, omdat ik me er niet genoeg voor kan concentreren. Ik zou zeker nooit alleen naar een film gaan.

8. Favoriete webshops? Ik heb echt periodes dat ik bij bepaalde (soorten) webwinkels koop. Qua hobby kralenwinkels zoals ’t Kralenstulpje en fimokleishops. Op het moment ben ik into verzorgingsproducten, dus Drogisterij.net, De Tuinen en natuurlijk The Body Shop. Oh, ik was nog helemaal vergeten mijn ultieme favo webshop te noemen: De Groene Luifel. Verder koop ik mijn boeken (eBooks) bij Kobo. Bij Bol.com kocht ik eerst ook veel maar al een tijd weingi meer voor mezelf.

9. Ik miste nog een vraag, dus ik verzin hem erbij. Wat doe je eiegenlijk in je me time? Ik vooral relaxen op bed, yoga beoefenen en bloggen. En jij?

Review: Medium gift coconut van The Body Shop

Ik geef toe, ik heb geen verstand van beauty. Toen ik dertien was en in de brugklas zat, had de klasgenoot die ik getrokken had met Sintekrlaas “iets van The Body Shop” op haar verlanglijstje staan. Ik had geen idee wat The Body Shop was en kan me nu niet meer herinneren of ik daadwerkelijk daarheen ben gegaan om een cadeautje voor haar te kopen. Buiten mogelijk die keer om ben ik pas afgelopen maart voor het eerst in The Body Shop geweest. Ja, op mijn 28ste. Ik ging toen met mijn man naar het grote winkelcentrum van Oberhausen en had het ineens in mijn hoofd dat ik huidverzorgingsproducten wou hebben, dus op naar The Body Shop. Ik kocht er de honeymania™ shower cream en was gelijk van plan sowieso nog veel meer producten te gaan kopen. Ik vond ze echter steeds te duur. Toen ik dan via de ING rentepuntenwinkel een cadeaubon van The Body Shop kocht voor de helft van de prijs, moest ik dus wel. Helaas kwam ik er pas achteraf achter dat die niet online in te wisselen is. Tja, en toen had ik al een heel verlanglijstje.

Een paar maanden geleden kocht ik bij de stationswinkel in Wolfheze een shampoo met kokosgeur. Sindsdien noemt mijn man mij “kokoskoekje”. Om dus mijn imago nog wat te versterken, besloot ik iets uit de coconutlijn te kopen. Ik twijfelde tussen de ultimate luxuries en de medium gift set. Uiteindelijk ben ik voor de medium gift set gegaan, mede omdat de ultimate-luxuriesset uitverkocht was.

In de medium gift set coconut zitten de volgende producten:


  • Coconut Body Butter 200ml

  • Coconut Body Scrub 200ml

  • Coconut Eau de Toilette 30ml

  • Coconut Lip Butter 10ml

  • Cream Mini Bath Lily

De verpakking is niet heel bijzonder: een schoenendoosachtige box met strik eromheen. Hierin zit een plastic verpakking waar de producten heel moeilijk uit te krijgen zijn. Ik had eigenlijk een foto willen laten maken maar toen ik de producten eenmaal los had, was ik zo blij dat ik ze er niet meer opnieuw in wilde doen.

Body butter had ik al willen hebben sinds ik in maart bj The Body Shop in Oberhausen was. €16,- vond ik echter toen wat te duur. Nou kost de medium gift set €39,-, dus dat is nog duurder. Nou ja. Op de site van The Body Shop staat dat je eerst de huid moet scrubben met body scrub. Dit uiteraard na het douchen met douchegel. Gelukkig zit in de gift set ook body scrub. Ik wist amper wat dit was. Ineens zaten er alelmaal rare korreltjes op mijn huid! Haha. De eerste keer dat ik hem gebruikte, vond ik er weinig aan. Het ruikt wel lekker maar om nou te zeggen dat mijn huid er zachter van aanvoelde, nee. Je moet body scrub met cirkelende bewegingen inmasseren en daar had ik de eerste keer niet aan gedacht. De tweede keer werkte het wel!

Hierna dus de body butter aanbrengen. Ik vind de body butter heerlijk aanvoelen en hij trekt snel in. Of het de body scrub alleen is of ook de body butter, weet ik niet maar mijn huid voelt fijn zacht aan. Ik vind ook zowel de body butter als de body scrub lekker ruiken. Niet te sterk en niet te subtiel.

De eau de toilette heeft daarentegen een vrij sterke kokosgeur. De geur blijft ook lang hangen. Ik had gisteren aan het begin van de middag de eau de toilette opgedaan en zelfs nadat ik ’s avonds knoflook had gegeten, rook ik het nog een beetje.

Van lip butter had ik nog nooit gehord. Ik verwachtte een stick à la Labello of zo maar het is een klein potje. Ik heb nog niet uitgevonden hoe je deze eigenlijk moet aanbregen, dus ik doe het maar gewoon met mijn vinger. Er zit een vrij subtiel kokossmaakje aan en hij ruikt ook niet heel sterk. Mijn lippen voelen wel iets beter aan. Volgens de site van The Body Shop moet je eerst de losse velletjes van je lippen verwijderen met de lip scuff maar die heb ik niet.

Tot slot de bath lily. Ook die kende ik niet maar toen ik hem zag, herkende ik hem wel. Mijn oma had geloof ik zo’n ding. Het is een soort gaasachtig ding aan een touwtje in de vorm van een suikerspin. De Nedelrandse site van The Body Shop heeft er geen beschrijving bij maar op de Amerikaanse site staat dat het ding helpt dode huidcellen te verwijderen. Dan klopte het dus toch dat ik het ding gebruikte om mijn body scrub op te doen, hoop ik. Er staat bij de omschrijving van de gift set dat deze bath lily “mini” is maar hij is minstens tien centimeter in diameter. Ik vind hem niet echt klein.

Alles bij elkaar is de medium gift coconut een leuke set met goed bij elkaar passende producten. Ik heb nog niet uitgerekend of je met deze geschenkset goedkoper uit bent dan met de losse producten. Ik vind het echter sowieso een voordeel dat ik niet de producten bij elkaar hoef te zoeken en dat ik met voor mij nieuwe producten kan kennismaken.